Er was eens een jongetje dat een heel eind door het donker moest lopen om thuis te komen.

Zijn lantaarn gaf echter maar weinig licht. Het jongentje keek naar het zwakke schijnsel van zijn lamp en vroeg zich af hoe hij in die duisternis de weg zou kunnen vinden.
Onderweg kwam hij een vrouw tegen. Ze vroeg hem waarom hij zo aarzelend over het pad liep.
Het jongetje vertelde haar dat hij bang was om door het donker te lopen met een lantaarn die maar twee meter naar voren scheen.
De vrouw glimlachte en zei tegen de jongen: "Ook het licht gaat met iedere stap die jij zet naar voren. Het licht zal dus altijd twee meter voor je uitschijnen, je hoeft je dus geen zorgen te maken".
Dat deed de jongen en kwam zo veilig thuis.